Fantasia

Strips | Originelen | Curiosa

Nieuws

Hermann (87) overleden

Stripwinkel Fantasia

Nieuws

Strips | Originelen | Curiosa

Hermann (87) overleden

In memoriam Hermann Huppen

De talentvolle meester van de stripwereld, Hermann Huppen; Hermann is niet meer. Zondagavond 22 maart, 2026 heeft hij ons verlaten. Hij laat ons achter met zijn creaties die zullen blijven voortleven. Hermann zat altijd vol energie en scheppingskracht, bijna tot op het einde. Hermann werkte graag en veel; aan de tekentafel was hij elke dag te vinden, en hij had een enorme scheppingsdrang. Hij produceerde wel 2 tot 3 albums per jaar! Hij had een weergaloze techniek, en was een meester met penseel en aquarel. Wat een gigantisch oeuvre laat hij na!

Persoonlijk kende ik Hermann 23 jaar, en naar mate de tijd verstreek, bezocht ik hem zeker een keer per maand in Brussel. Ook kwam hij eens per jaar in de winkel signeren. Hij genoot van het contact met zijn trouwe fans. De lunch voor, en het diner in zijn favoriete restaurant na afloop van de signeersessie was een vast en geliefd onderdeel geworden. Hij belde mij vier weken geleden om te vragen hoe het met mij ging vlak voor een kleine ingreep die hij moest ondergaan. Dat was Hermann ook, hij had oprecht interesse in anderen. Helaas was dat het laatste contact, want door omstandigheden kwam het er niet meer van om een bezoek te brengen. Hermann kwam altijd over als een powerhouse vol energie, creativiteit en ideeën. Hoewel ik wist dat hij ziek was, kwam de klap keihard bij mij aan. Gelukkig is hem een lang ziekbed bespaard gebleven, maar voor ons, de achterblijvers is de verslagenheid nog groter.

Dear Hermann, we do not forget you!

Met onderstaand bericht op zijn officiële website werd het overlijden verkondigd:

“Ik moet jullie een zeer triest bericht brengen: Hermann is gisteravond overleden na een twee jaar durende strijd tegen kanker. Hoewel verzwakt, maar nog steeds dapper, was hij erin geslaagd zijn laatste album af te ronden. Dat geeft wel aan dat hij, zoals altijd, erop lette dat alles goed in orde was!

Hij heeft ons fysiek verlaten, maar dankzij zijn monumentale œuvre zal hij voor altijd bij ons blijven. Ik wil jullie dan ook allemaal, gepassioneerde lezers en lezeressen, bedanken voor jullie trouw gedurende zijn decennialange carrière, van de eerste Bernard Prince tot de laatste Jeremiah.

Wat er ook gebeurt, we zullen voor altijd hermannofiele tweevoeters blijven!”

Onderstaande biografie is een vertaalde bewerking van wat er op zijn website is te lezen.

Een jeugd in oorlogstijd, een adolescentie die gekenmerkt werd door de drang om zo snel mogelijk op eigen benen te staan en een vak te leren. Samen met zijn gescheiden moeder en zijn broer en zus vestigde hij zich in Brussel. Hij had het erg moeilijk met deze gedwongen ballingschap in een grote, grijze en koude stad. Deze verscheuring zal hem voor altijd bijblijven. Velle decennia later ontvluchtte hij nog steeds steden om nieuwe energie op te doen in de welwillende en beschermende natuur. Toch zette hij zich in en behaalde hij zijn diploma als meubelmaker. Maar dit werk stond hem niet aan. Na twee weken in een meubelmakerij kon hij bij een architectenbureau aan de slag. Tegelijkertijd volgde hij avondcursussen architectuurtekenen en interieurinrichting aan de Academie voor Schone Kunsten van Sint-Gillis (Brussel).

Op achttienjarige leeftijd vertrok hij met zijn moeder en broer naar Canada, omdat zijn zus zich daar had gevestigd. In Montréal ging hij werken bij een architectenbureau dat gespecialiseerd was in de interieurinrichting van restaurants. Maar Hermann besefte al snel dat hij niet gemaakt was om in Noord-Amerika te wonen. Na ruim drie jaar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan besliste hij met zijn moeder terug te keren naar Brussel.

Hoewel hij tekenlessen had gevolgd aan de Academie voor Schone Kunsten, richtte hij zich nog niet meteen op het stripverhaal. Verrassend genoeg bracht zijn huwelijk in 1964 met Adeline Vandooren hem dichter bij het stripverhaal, want zijn zwager, Philippe Vandooren, de toekomstige hoofdredacteur van Dupuis, gaf toen een scoutingblad uit, Plein-Feu, waaraan Hermann zijn eerste beeldverhaal leverde. Het is te lezen in het vorig jaar bij BD Must verschenen compilatiealbum Onuitgegeven Werk van Hermann.

Hermann werkte in die tijd parttime voor een architect en tekende in de namiddag. Hij deed ervaring op door voornamelijk korte, leerzame verhalen te maken, waaronder een verhaal van Oom Wim, Vliegmeisje, dat in januari 1965 in Robbedoes werd gepubliceerd.

De jonge Hermann werd opgemerkt door Greg en krijgt eerst een proefperiode van zes maanden in de studio van de leermeester. Nadat een eerste reeks voor het tijdschrift Pilote, Valéry Valériane, was afgewezen, schreef Greg vanaf 1966 voor Le Lombard en het weekblad Kuifje de reeks die meteen het onbetwistbare talent van Hermann in de realistische stijl bevestigde: Bernard Prince.

Na een uitstapje met Jugurtha, geschreven door Jean-Luc Vernal, waarvan hij de eerste twee albums tekende, begon Hermann aan een nieuwe reeks met Greg, de western Comanche, die in december 1969 startte.

In 1977 voelde Hermann de drang om zijn eigen scenario’s te schrijven. Greg twijfelde aan Hermanns capaciteiten als scenarist, ondanks enkele korte verhalen van Bernard Prince en Comanche die hij in zijn eentje had geschreven. Hermann nam hem op zijn woord en begon aan zijn eerste soloreeks, Jeremiah. Deze werd uitgegeven door een Duitse uitgever: Koralle Verlag, de uitgever van het stripblad Wham! Hij stopte met Bernard Prince, dat werd overgenomen door Dany. De twee voormalige partners kregen ruzie. Enkele jaren later bekende Greg hem dat hij zich in hem had vergist.

Van 1980 tot 1983 tekende hij Hee, Nick!, een dromerige reeks naar het voorbeeld van Winsor McCay‘s Little Nemo die werd voorgepubliceerd in Robbedoes en waarvan het scenario door Morphée alias Philippe Vandooren was geschreven. Uit zijn uitgebreide beschikbare aanbod aan helden koos Hermann net voor dit personage voor de realisatie van een muurschildering in Brussel.

In 1982 realiseerde Hermann een kort verhaal, De Kooi, en in datzelfde jaar stopte hij met de reeks Comanche, die later door Michel Rouge werd overgenomen.

In 1984 wendde hij zich tijdelijk af van Jeremiah om De Torens van Schemerwoude te creëren, een middeleeuws epos waarin zijn realisme, toegepast op een vervlogen tijdperk, optimaal tot uiting kwam. Wat slechts een kort verhaal en vervolgens een one-shot had moeten zijn, Babette, werd een tweede grote reeks die hij naast Jeremiah voortzette met jaarlijks een nieuw album. De tiendelige saga over ridder Aymar die zijn illusie van de schoonste en hoogste torens van de christenwereld najaagt werd voortgezet met one-shots over zijn nazaten, geschreven door Hermanns eigen nazaat Yves.

Veeleisend, nieuwsgierig en hardwerkend, gunde Hermann zichzelf geen enkele gemakzucht. Omdat hij de lat steeds hoger wilde leggen, bracht hij in 1991 zijn eerste one-shot uit: Missié Vandisandi, in 1995 gevolgd door de oproep tot verzet in Sarajevo-Tango, een album over de burgeroorlog in Joegoslavië met rechtstreekse inkleuring waarvan de historische en sociale inhoud hem de Oesterheld-prijs opleverde, genoemd naar de beroemde Argentijnse scenarist die in 1977 op tragische wijze om het leven kwam. Het verhaal werd hem aangereikt door zijn Bosnische vriend en agent Ervin Rustemagic, op dat moment een inwoner van Sarajevo die anderhalf jaar tussen het bommengeweld overleefde. Zijn berichten via fax kwamen niet overeen met het beeld dat wij op tv en in de geschreven pers te zien en te lezen kregen. Zijn faxen bereikten Hermann via een satelliet en een Nederlandse boot op de Noordzee. Om de aanklacht tegen de besluiteloze houding van de machtigen der aarde extra kracht bij te zetten, werd een exemplaar van het album in een Nederlandse, Franse of Engelse versie opgestuurd naar zowat alle Europese staatshoofden, vertegenwoordigers van de Europese Gemeenschap, de NAVO, militaire comités, de Verenigde Naties, de Veiligheidsraad, de Liga voor de Mensenrechten, het Rode Kruis, Artsen Zonder Grenzen,… Via tussenpersonen zouden ook onder andere Johannes-Paulus II en de toenmalige presidenten Bill Clinton en Boris Jeltsin een exemplaar gekregen hebben. In totaal een hondardtachtigtal personen en instanties ontvingen een gratis exemplaar van Sarajevo-Tango.

In 1997 koos Hermann met Caatinga opnieuw de kant van de slachtoffers van een bepaalde sociale orde, die in de jaren 1930 in het noordoosten van Brazilië heerste. De Braziliaanse film O Cangaceiro, die in 1955 in Brussel te zien was, maakte door het gewelddadige karakter een diepe indruk op de jonge Hermann. In 1991 bezocht hij in het gezelschap van zijn vrouw Rio de Janeiro. Zijn vrouw kocht er een reeks ansichtkaarten waaronder een portret van leden van de beroemdste en meest gevreesde bende, de Cangaceiros. Het deed haar aan de film denken. Op het portret prijken aanvoerder Lampião en zijn vriendin Maria Bonita die in de strip voorkomen. Hermanns interesse was gewekt en hij sprak zijn vriend Julio Emilio Braz aan, een schrijver van jeugdboeken en een stripliefhebber, die in Rio woonde. Hij raadde Hermann aan om zich door de complexiteit van het onderwerp zeer goed te documenteren om historische en sociologische fouten te vermijden. Julio gaf ‘m films, boeken en foto’s uit die tijd mee. Hermann ploegde zich erdoor en leerde terloops zelfs Portugees lezen.

In 1999 stortte hij zich voor één stripverhaal weer op het westerngenre, met Wild Bill Is Vermoord. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om te laten zien hoe hij de meedogenloze wereld van de pioniers van de nieuwe wereld zag.

In 2000 realiseerde hij, in samenwerking met Jean Van Hamme De Bloedbruiloft, een allegorie van de oorlog die de absurditeit en de menselijke domheid uitbeeldde. Tot plaat 5 is het verhaal waar gebeurd. Het tomaat-garnaal-incident liep in het echt wel positief af: de vader van de bruidegom zwichtte voor de chantage van de restauranteigenaar (“dokken of de bruid” nadat hij de bruid opsloot) en ging met het hele gezelschap opnieuw aan tafel zitten. In diezelfde periode waarin Van Hamme deze anekdote van een tafelgenoot op een mondain etentje hoorde, ongeveer in 1988, stelde Van Hamme aan Hermann voor om eens een one-shotje te maken. Tien jaar later belde Hermann de scenarist op en zei dat hij het idee zag zitten. Na nog eens twee jaar het juiçste moment afwachten en hun planningen op elkaar afstemmen, werd De Bloedbruiloft een feit. Dominique Deruddere regisseerde de filmversie in 2005. Dat werd een flop. Ook Hermann hield aan zijn samenwerking met Van Hamme een artistieke kater over. Een nieuwe samenwerking zag hij niet meer zitten. Zijn verhalen vond hij te commercieel en te gekunsteld.

In de plaats werkte hij liever samen met zijn zoon, Yves H., wat ondertussen leidde naar Bloedbanden, een nepthriller met fantasy-accenten. Het vader-zoon-duo zette sindsdien hun samenwerking voort en produceerde talrijke one-shots. 

In 2002 werd Jeremiah een tv-reeks die door MGM voor televisie wordt geproduceerd. Luke Perry speelde de titelrol en Malcolm-Jamal Warner die van Kurdy. Er werden vijfendertig afleveringen opgenomen.

In 2016 won Hermann een van de hoogst denkbare stripprijzen: de Grote Prijs van de stad Angoulême. Het jaar daarop was hij, als laureaat, voorzitter van het festival. Er werd een grote retrospectieve tentoonstelling georganiseerd. De prachtige catalogus geldt als een biografie, terwijl er doorheen de jaren al vele publicaties over zijn leven en werk de revue zijn gepasseerd.

In 2017 lanceerde het duo Hermann en Yves H. een nieuwe westernreeks, Duke, die in 2023 werd voltooid na zeven delen.

Maisie Williams (Arya Stark uit Game of Thrones) was in 2020 te zien in The Owners, een verfilming van Een Nacht met Volle Maan. Het was een Amerikaans-Brits-Franse productie, geregisseerd door de Fransman Julius Berg.

Hermanns werk wekte doorheen de decennia vele malen de interesse van filmmakers. Enkele jaren geleden vroeg de Nederlandse filmregisseur Martin Koolhoven (Oorlogswinter, Brimstone) nog publiekelijk welke strip van Hermann hij zou moeten verfilmen.
 
Na het einde van Duke bracht Hermann in 2024 een tweeluik uit over de Romeinse verovering van Schotland, Brigantus, met Yves H. opnieuw als scenarist.
 
Hoewel Hermann al een goed gevulde carrière had, bleef hij nieuwe wegen verkennen en innovatieve technieken gebruiken om te voorkomen dat hij in gemakzucht verviel, wat op termijn schadelijk zou zijn voor zijn productie en wat hij boven alles verafschuwde. Kritiek op de evolutie van zijn tekeningen legde hij naast zich neer. Aan stoppen met tekenen dacht hij geenszins. De man had meer getekend in zijn leven — makkelijk tien uur per dag — dan hij had geleefd. 

In Zozolala nummer 81 van juni/juli 1995 liet Hermann optekenen dat hij zelfmoord zou plegen als hij op zijn zeventigste niet meer kon tekenen. De uitspraak relativeerde hij meteen door te zeggen dat hij er de moed misschien niet voor zou hebben. Tot op zijn zevenentachtigste is hij echter blijven tekenen.

Enkele weken voor zijn overlijden heeft hij nog Cartagena afgewerkt, zijn allerlaatste stripverhaal. Daarin storten vader en zoon Huppen zich op de drugshandel in de gelijknamige Mexicaanse stad. Het one-shot verschijnt op 21 mei bij Le Lombard, dezelfde uitgeverij die zijn grootste kansen had gegeven om een roemrijke carrière uit te bouwen.